Sla inhoud over

SIV - Onderwijsachterstandenbeleid: Mogen de G31 bij de inzet van de extra middelen die in 2009 beschikbaar zijn gekomen voor verlaging van de ouderbijdrage voorschoolse educatie voor doelgroepkinderen, rekening houden met de lokale situatie?

Ja, mits met deze extra middelen de toegankelijkheid wordt bevorderd van de peuterspeelzaal voor kinderen die voorschoolse educatie nodig hebben en die nog niet worden bereikt, omdat de ouderbijdrage een belangrijke drempel is. Dat betekent dat de hoogte van de financiƫle bijdrage van ouders in het peuterspeelzaalwerk zodanig wordt vastgesteld dat dit voor ouders in de laagste inkomensgroepen geen financiƫle belemmering (meer) is om hun kind aan voorschoolse educatie te laten deelnemen. Ook voor die groep moet de voorschoolse educatie toegankelijk zijn, en wordt zo het doelgroepbereik vergroot. Over deze vergroting en de kwaliteit van de voorschoolse educatie heeft het Rijk eind 2008 met de G31 herziene resultaatafspraken gemaakt. Deze afspraken zijn voor de afzonderlijke GSB-gemeenten leidend bij de verantwoording van de BDU SIV aan het Rijk.

Om de overeengekomen prestaties ultimo 2009 te bereiken kan de gemeente met de extra middelen de ouderbijdrage voor ouders van kinderen die voorschoolse educatie behoeven (maximaal) op het niveau van de kinderopvang vast stellen. De gemeente kan er echter voor kiezen ook andere maatregelen in te zetten ter verlaging van de ouderbijdrage die beter aansluiten bij de lokale situatie om de toegankelijkheid van het peuterspeelzaalwerk te vergroten (en die ook gericht zijn op de ouders in de laagste inkomensgroepen). (19 november 2009)


Navigatie