Sla inhoud over

SIV – Volwasseneneducatie: verantwoording educatiemiddelen G31 die beschikbaar komen uit de afrekening van de verantwoording van een roc.

In de nieuwsbrief Interbestuurlijke informatie (IBI) nummer 10 d.d. 15 maart 2010 van het ministerie van BZK is een bericht geplaatst over de verantwoording van de educatiemiddelen die beschikbaar komen uit de afrekening van de verantwoording van een roc.

.

Voor de G31-gemeenten geldt dat bericht niet. Ook geldt de achtste bijlage (waarnaar in die nieuwsbrief wordt verwezen) niet voor de G31. Hieronder wordt nader uitgelegd hoe de G31-gemeenten met de hierboven bedoelde verantwoording om moeten gaan.

.

De G31 hebben voor de periode 2007-2009 educatiemiddelen ontvangen in het kader van de BDU SIV. De verantwoording van deze middelen vindt plaats in 2010 via de SiSa-bijlage 2009. Het ministerie voor WWI stelt op basis van deze verantwoordingen de BDU SIV vast. Voor afrekening van de educatiemiddelen gebeurt dit in overleg met het ministerie van OCW.

De gemeente verantwoordt de ultimo 2009 gerealiseerde prestaties en de inzet van de financiële middelen. Met elke G31-gemeente zijn over de te behalen prestaties voor educatie afspraken gemaakt en vastgelegd in de GSB-prestatielijst. De middelen die daarvoor zijn verstrekt moeten binnen de doelstellingen van de BDU SIV zijn ingezet. Om de prestaties op het terrein van educatie te realiseren heeft  de gemeente een overeenkomst met één of meer roc’s afgesloten voor de uitvoering van de educatieve activiteiten. In deze overeenkomst is door de gemeente ook afgesproken hoe het roc de prestaties en de inzet van de financiële middelen moet verantwoorden. Deze informatie heeft de gemeente ook nodig voor de verantwoording in SiSa aan het Rijk.

.

Indien uit de verantwoording, dan wel uit eerder aangeleverde gegevens, van het roc blijkt dat de prestaties die met het Rijk zijn afgesproken niet volledig zijn gerealiseerd, dan kan het Rijk een periode voor de gemeente vaststellen om de ontbrekende resultaten alsnog te realiseren (art. 26 Besluit BDU SIV). In dat geval is de realisatie van de ontbrekende prestaties door een roc (en de besteding van de daarmee gemoeide middelen) pas na afloop van de GSB-III-periode bij de gemeente bekend (i.c. in 2010). De gemeente mag deze (eventueel) resterende middelen opnieuw inzetten bij het roc om alsnog aan de met het Rijk afgesproken prestaties te kunnen voldoen. De verantwoording over het alsnog volledig behalen van de afgesproken prestaties en de besteding van de (eventueel) resterende educatiemiddelen, die in 2010 beschikbaar komen uit de afrekening van het roc, vindt plaats in de SiSa-bijlage 2011 (vergelijkbaar met de verantwoording op het terrein van inburgering t.a.v. het aantal ‘deelnemers aan examen’ in 2010 en 2011 voor de ‘starters’ uit 2008 en 2009). Indien de gemeente bij het niet volledig behalen van de afgesproken prestatie geen gebruik wil maken van het rijksvoornemen om een verlengingsperiode terzake vast te stellen, zal de niet gerealiseerde prestatie overeenkomstig de GSB-verrekensystematiek eind 2010 met de gemeente worden afgerekend.

.

(25 maart 2010)

P.S. Bovenstaand bericht is eveneens gepubliceerd in de nieuwsbrief Interbestuurlijke informatie (IBI) nummer 11 d.d. 25 maart 2010 van het ministerie van BZK.


Navigatie