Sla inhoud over

Financiën

GSB III kent drie brede doeluitkeringen: voor fysiek, economie en de trits sociaal, integratie en veiligheid. Binnen het kader van de BDU’s kan een stad het geld vrij besteden. Als er maar resultaat geboekt wordt. Per brede doeluitkering spreken stad en Rijk af wélke resultaten de stad wil bereiken. Tussen de BDU’s bestaat geen inwisselbaarheid

BDU en MOP’s
In de convenanten worden afspraken gemaakt over het totale ambitie niveau van de stad dus niet alleen over het deel dat door de rijksmiddelen wordt gefinancierd. De inzet van de middelen door de stad en /of derden moet worden opgenomen in de financiële paragraaf bij het Mop.
Om het voor de steden mogelijk te maken een goede subsidieaanvraag te doen, is in een indicatieve verdeling aangegeven hoeveel geld per stad, per bdu beschikbaar is.
Als de subsidieaanvraag voldoet aan de gestelde eisen wordt een beschikking vastgesteld waarin het volledige bedrag waar het gemeentebestuur voor de convenantperiode deel uit maakt is opgenomen. Steden en Rijk kunnen de financiële middelen en de afgesproken resultaten eventueel bijstellen tijdens de midterm review in 2007.

Verantwoording
Ook bij de eindafrekening spelen de BDU's een belangrijke rol. De steden leggen uiterlijk op 15 juli 2010 met één integraal verslag verantwoording af aan het Rijk. Daarin geven ze per BDU weer welke resultaten ze hebben behaald op de gekozen outputindicatoren. Volgens hetzelfde stramien verantwoorden de steden hoe zij de rijksgelden hebben besteed. Een accountant moet beoordelen of dit rechtmatig is gebeurd. Zo niet, dan kan het Rijk de middelen - deels - terugeisen. Op basis van het verantwoordingsdocument stelt het Rijk namelijk pas zijn definitieve bijdrage vast.

Sancties
Financiële consequenties kunnen er ook zijn als de steden de afgesproken resultaten niet of niet helemaal realiseren. Het Rijk mag dan de verstrekte middelen (deels) terugvorderen en een aanvullende boete opleggen. Dit geldt overigens als een uiterste middel. Sancties blijven achterwege als de steden buiten hun schuld de outputdoelstellingen niet halen.
Rijk en steden kunnen ook aanvullende afspraken maken om de doelen uit het convenant alsnog te realiseren. Zo is het mogelijk dat een stad meer tijd krijgt om een afspraak waar te maken. Bij het bepalen van een eventuele sanctie speelt de mate waarin de stad achterblijft bij de gestelde doelen een rol, net als de bijdrage die de stad ontving voor de bewuste BDU.


Navigatie