Kabinetsstandpunt "De Krachtige Buurt"
Wijkbewoners en professionele buurtwerkers vragen aan instellingen, zoals gemeente, politie, welzijn, woningcorporatie én kabinet, steun voor buurtinitiatief en de ruimte om gezamenlijk te werken aan een krachtige buurt. Dat bleek tijdens de werkconferentie ‘de Krachtige Buurt’, bijgewoond door minister Pechtold op 7 september jl.
De werkconferentie was het sluitstuk van een periode van bijeenkomsten om een visie op de buurt te ontwikkelen. Daarmee wil het Rijk ook reageren op het WRR-rapport ‘Vertrouwen in de buurt’. Het Rijk is momenteel bezig alle reacties te verwerken tot een kabinetsstandpunt. Ook de reacties van de G4, G27, VNG, AEDES, LVKK, LSA, Platform middelgrote gemeenten en de maatschappelijke ondernemersgroep op het WRR-rapport worden meegenomen. Het is niet eenvoudig om in het standpunt concreet aan te geven wat het Rijk extra gaat doen om de problemen in de buurt op te lossen. Om interdepartementaal op één lijn te komen is er meer tijd nodig. Op 15 november wordt het standpunt in de onderraad besproken. Daarna wordt de brief over de ‘Krachtige Buurt’ verzonden aan de Tweede Kamer.
Er is behoefte aan meer zeggenschap over de directe leefomgeving. Wijkbewoners en professionele buurtwerkers vragen aan instellingen, zoals gemeente, politie, welzijn, woningcorporatie én kabinet steun voor buurtinitiatief en de ruimte om gezamenlijk te werken aan een krachtige buurt. Dat is gebleken tijdens de werkconferentie De Krachtige Stad, op 7 september 2005.
Dat werken aan een krachtige buurt vereist onderling vertrouwen en geen overmaat aan controle en verantwoording. Nu zijn buurtwerkers vaak meer tijd kwijt aan administratie dan aan het echte buurtwerk.
Gemeenten vertrouwen nog onvoldoende op de kracht van bewoners en professionele buurtwerkers, de gemeenten hebben het gevoel dat de Tweede Kamer hen niet vertrouwt.
Er speelt van alles in de buurt: bewoners zetten zich in om hun leefomgeving verbeteren. Maar zij worden ook geconfronteerd met hardnekkige problemen op het gebied van veiligheid, overlast en vernielingen. Bij het oplossen van problemen en het organiseren van activiteiten in buurten zijn verschillende partijen betrokken: buurtbewoners, professionals van diverse instellingen en gemeentelijke bestuurders. Zij zijn verantwoordelijk voor geweldige initiatieven maar stuiten soms ook op weerstand en belemmeringen die het werk in de buurt lastig maken.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA) hebben de werkconferentie georganiseerd. Dit om na te gaan op welke wijze de samenwerking tussen de buurtpartijen kan worden versterkt en wat het kabinet moet doen om dit nog beter mogelijk te maken. De deelnemers van de conferentie hebben aan minister Pechtold voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties (BVK) en minister Dekker van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) de resultaten van conferentie aangeboden. Deze worden verwerkt in een kabinetsstandpunt op het rapport “Vertrouwen in de buurt” van de Wetenschappelijk raad voor het Regeringsbeleid.
Tijdens de bijeenkomst kwam de noodzaak van een eenduidige buurtdirigent naar voren: partijen bij elkaar brengen, zorgen dat neuzen de zelfde kant op wijzen en betrokkenen aanspreken op hun inzet. Dit vraagt van de managers van instellingen onvoorwaardelijke steun voor hun werkers in de buurt. Het succes van het project “Onze Buurt Aan Zet”, waarbij minister Pechtold en gemeenten gezamenlijk buurtinitiatieven financieel mogelijk maakten, zou volgens de deelnemers een structureel vervolg moeten krijgen.
Minister Pechtold heeft in een eerste reactie aangegeven ervoor te willen knokken dat de Kamer meer vertrouwen in gemeenten krijgt. Hij vraagt tevens van gemeenten nóg meer te vertrouwen op hun bewoners en nóg meer ruimte te geven voor beslissende invloed. Hij is ook op zoek naar knelpunten, naar wat het kabinet niet meer moet doen, waar steden last van hebben.
Minister Dekker stelde dat de overheid niet zonder de initiatieven van bewoners en de bekwaamheid van de echte buurtwerkers kan. Daarvoor wil zij steun geven aan bestuurders, zoals nu in de 56 wijken aanpak al gebeurt. Zij heeft volledig vertrouwen in de gemeenten en bewoners om deze wijken goed aan te pakken.
De VNG liet weten deze lijn te steunen, maar daarvoor zal ook het rijk meer beleidsruimte moeten geven aan gemeenten, zoals in het Grotestedenbeleid. Dan kan elke gemeente lokaal maatwerk leveren in samenwerking met bewoners en andere partijen, zoals woningcorporaties, onderwijs, welzijn en politie.
Achtergrondinformatie over de conferentie
Partijen die bij de avondconferentie aanwezig waren:
- De actieve buurtbewoners die met veel inzet proberen de leefbaarheid in hun wijk te verbeteren.
- De buurtwerkers, zoals welzijnwerkers, wijkagenten, leraren en wijkmanagers, die zich als professionals inzetten voor bewoners en buurten.
- De buurtdirecteur, zoals de directeur van een woningbouwcorporatie, een brede school of een zorginstelling.
- De bestuurder, zoals de wethouder, burgemeester of gedeputeerde.
Aan vertegenwoordigers uit deze groepen is gevraagd wat ze zelf kunnen doen om goede initiatieven te behouden, maar ook wat zij van elkaar verwachten. Deze oplossingen kunnen liggen op praktisch en organisatorisch niveau, maar ook op het terrein van wet- en regelgeving. Ook waren er vertegenwoordigers van verschillende ministeries aanwezig om te vernemen wat de buurtpartijen specifiek van het Rijk verwachten.